ISS

Posted On November 19, 2013 By In Achtergrond, Ruimtevaart And 7062 Views

ACHTERGROND: Het International Space Station is 15 jaar oud

ISS

Het International Space Station bestaat vandaag 15 jaar. Reden genoeg om eens te kijken naar de hoogtepunten van het duurste bouwwerk dat ooit gebouwd is.

Op 20 november 1998 ging de eerste module van het station de ruimte in. Het was de Russische Zarya-module (“Zonsopkomst”). Toen de Amerikaanse Unity-module 2 maanden daarna aankoppelde, was het eerste internationale ruimtestation een feit.
Door de jaren heen koppelden langzaam maar zeker meer modules aan, en tegenwoordig is het ISS een 100 meter breed bouwwerk, fulltime opererend, en een permanent bemand ruimtestation.

ZooEffect WordPress plugin

Expeditie 1
De eerste bemande missie in het ISS was de niet bijster origineel genaamde Expeditie 1. Commandant Sergei Krikalev (Roscosmos), en astronauten Yuri Gidzenko (Roscosmos) en William M. Shepherd (NASA) vlogen aan boord van Soyuz TM-31 naar het station. Ze vertrokken 31 oktober 2000, en landden op 21 maart weer met de Space Shuttle. Expeditie 1 was het begin van een permanente bemanning in het station. Astronauten blijven voor maximaal een half jaar in het station, en worden halverwege afgelost door een nieuwe crew. Over het algemeen zijn er 3 mensen nodig om het station goed operationeel te houden, dus de wetenschappelijke experimenten doet de crew in de overlap-periode, wanneer er 6 astronauten aanwezig zijn.

Volle bak in het station
STS135_10astros_in_ISSHet ruimtestation is gebouwd voor het onderhouden van maximaal 7 astronauten, maar in juli 2011 werd daar een uitzondering voor gemaakt. Toen waren er tijdelijk 10 astronauten aan boord, tijdens de laatste missie van de Space Shuttle. 4 extra astronauten versterkten toen de huidige crews van Expedities 27 en 28. Het leefsysteem van het station werd toen wel door de Shuttle versterkt. Het was de eerste keer dat er meer dan 6 astronauten aan boord waren. Dat gebeurde echter ook een aantal weken geleden, toen de Olympische Fakkel tijdelijk naar het ISS gebracht werd. Er hingen toen tijdelijk 3 Soyuz-capsules aan het station.

Einde van het Shuttle-tijdperk
Vroeger konden astronauten op 2 manieren naar het ISS vliegen. Er was de Amerikaanse Space Shuttle, en er was de veel krappere Russische Soyuz. In 2011 ging de laatste Space Shuttle echter met pensioen. NASA bouwt hard aan een alternatief voor het ruimteveer, maar heeft ondertussen geen manieren meer om astronauten te lanceren. Iedereen die het station nu nog wil bezoeken, moet met een Soyuz omhoog. De Russen lachen zich suf – zij vragen een kleine 35 miljoen per stoeltje.

Op 10 juli 2011 koppelde de Space Shuttle Atlantis voor het laatst aan het ISS aan. De Shuttle bleef daar 9 dagen gekoppeld om de MultiPurpose Logistics Module (MPLM) Rafaello aan het ruimtestation te bevestigen. Shuttle-missie STS-135 kwam uiteindelijk voor het laatst terug op aarde, op 21 juli 2011.

Space Shuttle Atlantis op haar laatste reis naar het ISS, gefotografeerd vanuit het ruimtestation.

Space Shuttle Atlantis op haar laatste reis naar het ISS, gefotografeerd vanuit het ruimtestation.

Europa’s bijdrage
Het ISS is voornamelijk een project van Amerika en Rusland. Samen nemen zij zo’n 75% van het station voor hun deel. Dat betekent dat zij driekwart van het station hebben gebouwd en driekwart van de astronauten aan boord hebben. Daarnaast doen ook Japan, Canada, en Europa mee aan het station.

ESA draagt ongeveer 10% bij aan het ISS. Dat betekent dat 10% van de astronauten die een bemande missies vliegen, Europees zijn. Daarnaast bouwde ESA een eigen onderzoekslaboratorium, de Columbus-module.
Columbus werd op 7 februari 2008 gekoppeld aan het station. Columbus lanceerde aan boord van Space Shuttle Atlantis, op missie STS-122. Sindsdien is het één van de meest geavanceerde modules van het ruimtestation, met hoogtechnologische instrumenten voor complex onderzoek. Columbus kostte ruim 1,4 miljard euro.

De Columbus-module gekoppeld aan het ISS.

De Columbus-module gekoppeld aan het ISS.

Europese vrachtschepen
Een andere belangrijke Europese bijdrage, is ESA’s eigen vrachtschip, de ATV. Het Automated Transfer Vehicle kan 6,5 ton aan vracht naar het station brengen. Als de ATV terugkeert naar de aarde, brandt hij op de in dampkring. Daarbij kan ook afval worden meegenomen.

De eerste ATV was de Jules Verne. Het vrachtschip koppelde voor het eerst aan het ISS aan op 3 april 2008. Sindsdien zijn er nog 4 andere ATV’s gebouwd, waarvan er 3 al succesvol naar het ISS zijn gevlogen. De laatste ATV, de Georges Lamaitre moet volgend jaar gelanceerd worden.

André Kuipers
In 2004 betrad André Kuipers voor het eerst het ISS. De astronaut was toen slechts 4 dagen aan boord. De missie heette DELTA, en de astronaut lanceerde aan boord van een Soyuz-raket vanuit Kazachstan.

AndreKuipers_terugkeer

In 2011 vloog Kuipers opnieuw naar het ISS, op Expeditie 30/31, ook wel PromISSe genoemd. Deze vlucht zou langer duren – Kuipers verbleef een half jaar in het station, met zijn collega’s Oleg Kononenko (Roscosmos) en Don Pettit (NASA). Vanwege een vertraging van de Soyuz-lancering die hen moest aflossen moest Kuipers uiteindelijk nog anderhalve maand langer in het station verblijven. Maar dat vond hij niet zo erg.

André Kuipers kwam op 1 juli 2012 terug op aarde. Hij landde na 193 dagen in de ruimte op de steppes van Kazachstan. Het is onwaarschijnlijk dat hij ooit nog terug gaat.

Commerciële ruimtevaart neemt over
Het ISS is altijd voornamelijk een overheidsproject geweest. NASA en Roscosmos voerden de boventoon, en ESA, JAXA en CSA doen vooral met belastinggeld ee aan het station. Maar dat is aan het veranderen met de komst van commerciele bedrijven.

Het commerciële bedrijf SpaceX (van ondernemer Elon Musk) bouwt tegenwoordig haar eigen raketten en capsules. Sinds 2012 staat het bedrijf onder contract met NASA voor het lanceren van commerciele vrachten naar het station.

De eerste vlucht daarvan vond in mei 2011 plaats, en werd door onze eigen Andre Kuipers binnengehaald. SpaceX’s Dragon-capsule vloog toen een demonstratiemissie met 450 kilo vracht aan boord. Kuipers, die payload specialist was, stuurde de capsule naar het station toe.

De Dragon werd daarmee het eerste commerciële voertuig in de geschiedenis dat aankoppelde aan een ruimtestation. Tegenwoordig kan ook het bedrijf Orbital Sciences een capsule naar het station brengen. De Cygnus-capsule maakte zijn eerste vlucht in september, en mag nu ook onder contract naar het Space Station vliegen.

De toekomst van het ISS
Wat staat het International Space Station nog allemaal te wachten? Daar wordt op dit moment hard over gediscussieerd. In principe gaan operaties in het station nog tot in ieder geval 2020 door, al onderzoekt Rusland nu of het niet mogelijk is om nog langer door te gaan. Wat er daarna met het station gebeurt, is nog onduidelijk. Er zijn plannen om het station terug op aarde te laten storten, zoals dat vroeger ook met MIR gebeurde. Maar er gaan steeds meer stemmen op om het station open te stellen voor industrieën. Bedrijven zoals SpaceX of Orbital zouden de operaties in het station kunnen overnemen. Dat zou mogelijk ook de deur openzetten voor ruimtetoerisme naar het ISS.

Misschien is dat allemaal toekomstmuziek. Feit blijft dat commerciële partijen al veel interesse tonen in het overnemen van bepaalde taken in het station. Daarmee kan het ISS worden getransformeerd tot opstapje, of tank-plaats, voor verdere missies naar bijvoorbeeld de maan, of Mars. De tijd zal het ons leren.

Tags :

About

One Response

  1. It really a great and helpful piece of information. I am glad that you shared this useful info with us. Please keep us up to date like this. Thanks for sharing.

Leave a Reply

Your email address will not be published.