IMG_0124.JPG

Posted On February 26, 2022 By In Achtergrond, Politiek, Ruimtevaart And 803 Views

Wat betekent de oorlog in Oekraïne voor de toekomst van het ISS?

Jarenlang was het International Space Station (en eigenlijk de hele ruimtevaart) hét schoolvoorbeeld van samenwerking ondanks alle sores op aarde. De annexatie van de Krim, Trump, de euro- en vluchtelingencrises in Europa, Brexit, de verdeeldheid op aarde leek de ruimtevaart niet te raken. Maar met de invasie van Oekraïne lijkt ook aan dat feit een einde te komen. Laten we daarom eens kijken naar wat de Russische oorlog betekent voor het ISS en de brede ruimtevaartsector, wat er nu concreet speelt, wat er mogelijk nog kan gebeuren én of alle loze dreigementen om het ISS neer te laten storten wel realistisch zijn.

Er zal momenteel ongetwijfeld een wat gespannener sfeer dan normaal hangen in het International Space Station. Daar zijn momenteel zowel Amerikaanse als Russische astronauten aanwezig. Mark vande Hei, Kayla Barron, Thomas Marshburn en Raja Chari zitten in het Amerikaanse gedeelte, Pyotr Dubrov en Anton Shkaplerov in het Russische. Daarnaast is er nog Matthias Maurer, een Duitser die samen met Barron, Marshburn en Chari arriveerde in een Dragon-capsule. Die houden in ieder geval publiekelijk hun mond – op hun sociale media reppen ze met geen woord over de oorlog. Dat is niet verrassend. Astronauten zijn notoir a-politiek. Maar of ze net zo innig samenwerken als voorheen is maar de vraag.

Het International Space Station is het meest voordehandliggende onderwerp als je wil weten hoe de oorlog in Oekraïne van invloed is op de ruimtevaart. Amerika, maar ook Europa, Canada en Japan werken nauw samen met de Russen om het ruimtestation in de lucht te houden. Sinds 2003 zijn er ieder moment van de dag minstens een Amerikaan en een Rus in het station geweest, wat het station ook ideologisch van grote waarde maakt. Maar naast het ISS zijn er ook andere ruimtevaartsectoren die worden getroffen door de oorlog.

Sancties

De Westerse wereld heeft Rusland harde economische sancties opgelegd. Die hebben, direct of indirect, ook betrekking op de ruimtevaartsector in het land. Dat merkte je onder andere in de aankondiging van Joe Biden. “Between our actions and those of our Allies and partners, we estimate that we’ll cut off more than half of Russia’s high-tech imports. It will strike a blow to their ability to continue to modernize their military. It’ll degrade their aerospace industry, including their space program”, zei de Amerikaanse president. Maar dat was gelijk ook de enige referentie aan het ruimteprogramma, details ontbreken nog. Het Witte Huis heeft wel een lijst met sancties gepubliceerd, maar daarin staan vooral voorbeelden van technologieën zoals navigatie of lasertech en die zijn niet specifiek op de ruimtevaartsector van toepassing.

Ook de Europese sancties richten zich niet expliciet op de Russische ruimtevaartsector, al is het onvermijdelijk dat die er wel door getroffen wordt. Op welke manier dat gebeurt is echter onmogelijk te voorspellen.

Kourou

Een paar gevolgen zijn al wel duidelijk. Zo kondigde Rusland zaterdag aan al het Russische personeel van Kourou weg te halen. “Als antwoord op de EU-sancties tegen onze bedrijf stopt Roscosmos de samenwerking met Europese partners bij het organiseren van lanceringen vanaf het Kourou-cosmodrome en haalt het technisch personeel, inclusief de lanceercrew, weg uit Frans-Guyana”, schrijft Roscosmos-baas Rogozin.

Kourou in Frans-Guyana is de lanceerbasis van Arianespace, het Europese lanceerbedrijf. Arianespace maakt regelmatig gebruik van Russische Soyuz-raketten voor de lancering van de Galileo-GNSS-satellieten. De eerstvolgende lancering daarvan zou plaats moeten vinden in december. Het is nog niet duidelijk wat daarmee gaat gebeuren.+

ExoMars

Een andere missie die mogelijk wordt getroffen door de oorlog is ExoMars, een samenwerking tussen ESA en Roscosmos. Die rover zou in september moeten worden gelanceerd richting Mars. Wat er met die missie gaat gebeuren is nog niet bekend. Josef Aschbacher, de baas van ESA, zei vrijdag in een tweet dat ‘ondanks het huidige conflict de civiele ruimtevaartsamenwerking een brug slaat’. “ESA blijft werken aan al zijn programma’s, inclusief het ISS en ExoMars.”

ExoMars staat voorlopig dus nog op de planning, maar dat kan uiteraard zomaar veranderen. De rover is Europees, maar gaat met een Russische Soyuz-raket omhoog. Europa zou in theorie kunnen kiezen voor een nieuwe raketprovider, maar het kost veel tijd en geld om de missie daarop aan te passen.

Venera-D

Roscosmos dreigt ook met het stopzetten van de Venera-D-missie naar Venus. Rusland en Amerika zouden daarin samenwerken, maar heel serieus is dat dreigement niet. Venera zou op z’n vroegst pas in 2029 lanceren en is nog niet verder dan de tekentafel gekomen.

Het International Space Station als speelbal

De sancties hebben in ieder geval voorlopig nog geen invloed op de werking van het International Space Station. NASA bevestigde dat ook in een reactie aan media. “NASA continues working with all our international partners, including the State Space Corporation Roscosmos, for the ongoing safe operations of the International Space Station”, zegt de organisatie. Of dat zo blijft is (net als alles in deze oorlog) de grote vraag, maar je kunt wat voorzichtige conclusies trekken door te kijken naar hoe het ISS en de samenwerking tussen de landen werkt.

Op een puur technologisch en operationeel niveau hebben de Russen en de Westerse ISS-partners een symbiotische relatie. Aan de ene kant werken de astro- en cosmonauten erg gescheiden; de Russische en Amerikaanse gedeeltes hebben eigen leef- en werkgedeeltes, en astronauten doen het grootste deel van hun werk in hun eigen modules. Als je daar meer over wil lezen zou ik eens het boek Endurance van Scott Kelly aanraden – #nospon. Kelly zat een jaar in het ISS en beschrijft gedetailleerd hoe het leven daar gaat. Daaruit kun je goed opmaken dat de Russen en Amerikanen echt eigen levens leiden, al helpen ze elkaar ook vaak onderling met werk als dat nodig is. Een opvallend voorbeeld is als het station moet uitwijken voor ruimtepuin. De Amerikanen moeten dan eerst een drie uur durende noodprocedure doorlopen voor ze gaan schuilen in hun reddings-Soyuz, en moeten na afloop een uitgebreide checklist doorlopen voor ze weer verder kunnen werken. Daar staan de Russen tegenover, die een paar minuten van tevoren even gaan schuilen en daarna meteen weer verder gaan met hun werk. Cultureel zit er dus veel verschil tussen het Russische en Amerikaanse leven op het station.

Orbital corrections

Aan de andere kant is het station zo complex dat de miljoenen componenten allemaal van elkaar afhankelijk zijn, maar zitten er ook weer grote verschillen tussen het Russische gedeelte met de Zarya- en Zvezda-modules en de rest van het station. Maar er zijn een paar belangrijke aspecten die daar uit springen, legt NASAspaceflight-redacteur Pete Harding in dit interessante Twitter-draadje uit. Een van die aspecten is de boost-capactiteit die het Russische segment biedt. Omdat het ISS in een low Earth orbit vliegt, valt het telkens een stukje naar beneden. Daarom moet er eens in de zoveel tijd een orbital correction worden uitgevoerd. Dat gebeurt met vrachtschepen die aan het station zijn gekoppeld. Die ontsteken hun motoren en stuwen het ISS naar een iets hogere baan. Het Russische segment is op dit moment het enige dat zulke manouevres kan uitvoeren.

Daar zijn wel alternatieven voor te verzinnen. Europa gebruikte tot 2015 het ATV-vrachtschip om zulke acties uit te voeren, en Amerika experimenteert al sinds 2018 met die mogelijkheid via Cygnus-vrachtschepen.

Afhankelijk van elkaar

Maar dat weerhoudt Rusland er niet van om deze optie als dreigement in te zetten. Dat deed Roscosmos-baas Dmitry Rogozin donderdag op Twitter toen hij dreigde het station neer te laten storten op Amerika of Europa (het ISS vliegt vrijwel niet over Rusland heen, maar wel over de andere continenten). Nou lijkt dat een nogal loos dreigement en Rogozin staat al jaren bekend als een troll. Herinner je je deze tweet nog? Daarin suggereerde Rogozin dat NASA voortaan maar een trampoline moest gebruiken om astronauten naar het ISS te sturen.

Maar Rusland heeft niet alle kaarten in handen. Het Russische segment van het station heeft bijvoorbeeld niet voldoende eigen stroom om de life support-systemen aan de gang te houden. Daarvoor is Rusland niet zozeer afhankelijk van de zonnepanelen op het station, maar vooral van de converter die nodig is om de Amerikaanse stroom (van 124VDC) om te zetten naar Russische input (28DVC).

En dan is er natuurlijk nog de kwestie van geld. Daar heeft NASA net iets meer van Rusland (of Europa for that matter). Mission control voor het ISS staat dan ook niet voor niets in Houston, en communicatie met het station verloopt via het grotendeels Amerikaanse Deep Space Network. De kosten daarvan, meer dan een miljard euro per jaar, wordt door Amerika opgehoest. Roscosmos heft wel een eigen flight control center, maar in de praktijk is het NASA dat dat de boventoon voert.

Cultureel

Je kunt de situatie ook op een wat abstracter niveau bekijken. Wat willen de ISS-partners bijvoorbeeld, met het station, met elkaar, met hun ruimtevaartprogramma’s? Ook daarin zie je dat het vooral Rusland is dat Amerika nodig heeft, en niet andersom. Europa, Japan en Canada spelen daarin net als bij het hele ISS-programma een bijrol.

Het ISS is oud. Na 22 jaar in de lucht te zijn geweest begint het station steeds meer defecten te vertonen. Het station is als een oude auto waarvan het telkens maar de vraag is of hij nog door de APK komt. Wat is dan wijsheid? Wegdoen en vervangen, of toch nog maar wat reparaties uitvoeren en op het beste hopen? Bij gebrek aan alternatief kiezen NASA, Roscosmos en de andere partners voor dat laatste. Een project dat al 120 miljard euro heeft gekost laat je niet, zoals Rogozin dreigt, even de oceaan in vallen omdat het even tegenzit.

Over de toekomst van het International Space Station wordt al jaren gediscussieerd. Aanvankelijk zou dat al in 2021 worden ge-deorbit, maar Amerika besloot onlangs dat uit te stellen tot zeker 2030. NASA denkt dat er nog toekomst in het station zit, met name door de opkomst van commerciële bedrijven die relatief goedkoop vracht, mensen en wetenschap kunnen en willen brengen.

Omdat NASA doorgaat met het station staan Rusland, Europa, Japan en Canada voor een keus. Blijven ze meedoen (voor weinig geld, vergeleken met wat Amerika in het station pompt) of stoppen ze er helemaal mee? De drie kleine partijen kiezen meteen voor dat laatste. Maar Rusland inmiddels ook.

Geen toekomstplannen

Dat komt omdat de meeste partners geen toekomstplannen hebben voor hun bemenste programma’s. Europa heeft geen eigen crew-capsules, al pleiten astronauten daar sinds kort wel voor. ESA is daarom afhankelijk van andere landen voor lanceringen. In de praktijk zijn dat alleen Amerika (via de Dragon van SpaceX en in de toekomst Boeings Starliner) en Rusland. China is door allerlei geopolitieke spanningen maar ook handelsrestricties uitgesloten als partner. Japan en Canada hebben een ruimtevaartprogramma dat nog minder gericht is op bemenste vluchten.

Voor de Russen ligt de toekomst van bemenste ruimtevaart in grote mate nog steeds bij het International Space Station, al wil het land dat niet toegeven. Het land dreigt al jaren de Russische modules af te koppelen en een eigen ruimtestation te beginnen, maar zoals hierboven al beschreven is dat simpelweg niet realistisch.

Onrealistisch nieuw Russisch station

Rusland heeft ook al jaren het plan een toekomstig, compleet nieuw ruimtestation op te zetten. De kans is klein dat dat ooit gaat lukken. De Westerse sancties raken zoveel aspecten van de Russische economie dat een megaproject van miljarden roebels praktisch onmogelijk gaat worden – zeker een wetenschappelijk project dat vooral geld kost en niets oplevert.

Dan blijft hooguit nog Chinese samenwerking over. Sommige analisten denken dat Ruslands ruimtevaarttoekomst daar ligt. Er zijn goede redenen om dat te denken. Rusland heeft veel ruimtevaarttechniek aan China gegeven; de Russische Shenzhou-capsule is bijvoorbeeld een exacte kopie van de Soyuz. Ook zoeken Rusland en China elkaar op voor bemenste vluchten. Zo wil Rusland cosmonauten naar het Tiangong-station sturen. Dat is overigens een wens die ook grotendeels vanuit China komt, en niet alleen eenzijdig vanuit Rusland – maar dat is weer een heel eigen blogpost waard.

Experts denken niet dat de samenwerking tussen Rusland en China heel vruchtbaar zal zijn. Zo zijn eerdere samenwerkingen aan bijvoorbeeld China’s maanprogramma al stopgezet, en geeft Rusland significant minder geld uit aan ruimtevaart. Dat wordt bovendien, wederom door al die Westerse sancties, niet veel beter in de komende jaren. Als je hier meer over wilt lezen dan heeft de (Russische) denktank van het Carnegie Moscow Center een verrassend kritische analyse over die samenwerking.

Conclusie

Samengevat zit Rusland dus nog wel even vast aan het International Space Station. Amerika gaat daarmee door en trekt daarin de kar, al dan niet financieel, en afsplitsen of stoppen met die samenwerking is voor beide partijen geen realistisch scenario. Bovendien heeft Rusland geen alternatief omdat het verder geen doelen heeft in zijn bemenste ruimtevaartplannen, en het land kan dat zeker met de nieuwe sancties ook onmogelijk opbouwen.

Voorlopig blijven Rusland en Amerika waarschijnlijk dus nog wel even aan elkaar vastzitten op ruimtevaartgebied. Europa, Canada en Japan hebben daarin als kleine spelers weinig keus. Schoorvoetend, met publiek veel gemor, zijn de landen aan elkaar overgeleverd. De sancties en geopolitieke ruzies raken andere projecten zoals ExoMars en Galileo, maar niet het ISS. Dat is simpelweg te kostbaar.

Maar het is weer goed mogelijk dat de situatie morgen weer compleet anders is. Oorlog heeft die vervelende eigenschap.

About

Comments are closed.